Artistiek concept (NL)

Algemeen artistiek concept

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dit werk is een teken des tijds. Het gaat over onze verhouding tot de natuurkrachten en de invloed hiervan op de menselijke toestand. Juist vanwege de toestand waarin we zijn zal men dit snel lezen als ‘hoe wij denken over de natuur’. Het gaat echter juist om die veel directere relatie die we bijna niet meer kennen, maar waar we een glimp van opvangen door te liggen in een stromende rivier, te zeilen in een storm, met blote voeten over het strand lopen. Het gaat over wat aarden is, het wortelen in de omgeving.

De ontaarde boom verbeeldt de kwetsbare toestand van de natuur, maar ook juist de toestand van de mens. De boven ons uit torenende boom schept een gevoel van bewondering wellicht, alsof we naar iets heiligs kijken. Tegelijk is de boom opgespannen aan kettingen als een gevangen dier of een gekruisigde. Alleen en geïsoleerd, levend bij de gratie van onze machines, gescheiden van waar deze thuishoort.

Niet alleen is de boom gescheiden van de aarde, ook de aarde heeft niet meer de wortels, de schaduw en de voeding van de boom.

Dit werk bestaat in feite uit een aantal verschillende werken, waarbij de context de thematiek van het werk grotendeels bepaald. De werken worden daarom per context als op zichzelf staande werken beschreven op de andere pagina’s. Vooralsnog wordt alleen het los staande werk gerealiseerd.

Ontaarde boom onder de Eiffeltoren.

HoveringTree_002_kleur
Ik wil een grote, bloeiende boom met zijn wortels ontbloot onder de Eiffeltoren hangen. De ontwortelde toestand verwijst naar onze eigen ontworteling en onze veranderde relatie met de natuur.

De installatie

Het contrast tussen de kolossale stalen toren en de levende boom nodigt uit tot verwondering en reflectie. De boom hangt aan stalen kettingen onder de toren. Beschermd? Gevangen?
De boom hangt hoog boven ons, waardoor deze ontzag inboezemt, alsof we naar iets heiligs kijken. Een tempel van de natuur. Tegelijkertijd hangt deze onder iets nog veel groters, geketend, eenzaam en geïsoleerd van zijn omgeving. De boom wordt kunstmatig in leven gehouden door een installatie.
We zien het contrast tussen twee objecten, de een levend, de ander levenloos. De een verbeeldt de magie van de natuur, de ander de magie van de technologie. De een lijkt kwetsbaar en tijdelijk, de ander onvernietigbaar.

Historische Context

De Eiffeltoren is gebouwd als onderdeel van de Wereldexpositie van 1889 en kan gezien worden als symbool voor een tijd waarin de magie van de technologie, de magie van de natuur verving.

Zijn robuuste stalen bouw vertegenwoordigt de eerste periode van de industrialisering. De industrialisering heeft radicaal verandering gebracht in onze relatie met de natuur en hoe we over natuur denken. We leefden nu definitief niet langer van oogst tot oogst, afhankelijk van de grillen van de natuur. Reizen op zee was niet langer een levensgevaarlijke onderneming. Van kwetsbare houten schepen, afhankelijk van de wind, gingen we over op gigantische stalen schepen die de oceanen domineerden en ons overal heen brachten in een voorspelbare tijdsspanne.
Met de industrialisering begon ook de tijd van de onttrekking uit de bodem, zowel in de zin van materialen als energie. In plaats van afhankelijk te zijn van wat van boven kwam -de zon, de regen en de wind- begonnen ons te richten op wat onder ons was, diep in de aarde. Onze afhankelijkheid nam af, onze overheersing over de natuur groeide alsmaar. Tot het huidige punt, waar de natuur eerder wordt gezien als slachtoffer, als iets kwetsbaars, een kind bijna – iets waarvoor gezorgd dient te worden. Dit zien we terug in de kwetsbare positie van de hangende boom: deze is afhankelijk van onze gratie om te leven of te sterven.
Het werk zoekt het contrast op tussen de tijd toen de bomen heilig waren – en wij de weergoden om medelijden vroegen – en de moderne tijd, waarin wij de goden zijn geworden en de natuur afhankelijk lijkt van onze medelijden. Waren we ooit klein, God en de natuur vrezend – kijk nu, kijk naar onze gebouwen, onze creaties steken hoog boven de natuur uit. Vanaf de eerste glazen verdieping van de toren zullen we als goden neer kunnen kijken op de boom.

Collectieve staat van ontaarding

Een lange dag op kantoor, uren staren naar het scherm onderbroken door vergaderingen. Lange lijsten e-mails wachten op reactie, dingen die je nog moet doen en onthouden stapelen zich op in je hoofd, korte belletjes tussendoor en online chat gesprekken wisselen elkaar af. We krijgen soms het gevoel dat we zweven. Onze hoofden raken vol gestampt met informatie, onze ogen moe van naar het scherm kijken, onze lichamen verstijfd als wij er überhaupt nog bewust van zijn. Tegelijkertijd onrustig en vermoeid. Hoe anders voelen we ons na een dag wandelen, in de tuin werken of ander fysiek werk verrichten?

Bijna iedereen in de moderne wereld herkent dit contrast en toch is er maar weinig aandacht voor. Het is zo gewoon geworden dat we het niet meer zien. Gedurende veel van onze activiteiten ervaren we het ‘natuurlijke’ zelfs niet in zijn meest basale vorm: gewicht en weerstand, textuur, geur en andere vormen van lichamelijkheid. We zijn gemigreerd naar een wereld waar dit alles afwezig is. Een lichaamloze wereld, waar onze geest remmingsloos jakkert van onderwerp naar onderwerp, waarbij deze soms amper nog de weg terug kan vinden naar ons lichaam. Onze wortels hebben het contact met de grond verloren – we zweven.
Vaak wordt onze geestelijke toestand of hoe we ons voelen, gezien als een puur persoonlijke – psychologische – kwestie. Maar zijn wij geen erfgenamen van een collectieve geschiedenis? Komen we niet in een wereld terecht waar we dezelfde ervaringen delen? Is onze huidige staat van ontaarding geen collectieve ervaring? Ik denk het wel en daarom zie ik de ontaarde boom ook als een teken des tijds.

Ontaarde boom aan de Dom

Dom vanuit Griftpark

De Verlichting wordt vaak gezien als een breuk met de dominantie van het Christelijk-spirituele denken. Als we ver ‘uitzoomen’ op de tijdschaal, dan kunnen we echter waarnemen dat het kind in veel aspecten op zijn moeder lijkt. Zeker als we de twee vanuit een ‘heidens’ perspectief bekijken. We zien dat zowel Christelijk als verlicht denken uitgaat van ‘ergens naartoe gaan’, een soort ingebakken idealisme of omhoog kijken zou je het kunnen noemen. De idee dat we met zijn allen ergens naartoe moeten. Daarbij domineert een vergeestelijkt idee van het ideale, het heilige, waarbij het lichamelijke, het aardse er niet toe doet.

Het Christendom plaatste het heilige buiten de wereldse ruimte, letterlijk buiten de Aarde. Onder heidenen waren het nog rivieren, bergen en bomen die een heilige status verkregen. Vanaf de invoering van het Christendom kon men het heilige niet meer aanraken, zien of ruiken. Heiligheid werd iets abstract-geestelijks verbonden aan het instituut kerk. Niet iets dat in de wereld was en uit de wereld was voortgekomen. De kerk liet heilige bomen omzagen toen het heidens gebied kerstende, men plaatste er vaak Mariabeeldjes op. Een mooie metafoor voor de omslag van een hele denkwijze. Een omslag die moeilijk te overschatten is denk ik.

Het is wonderlijk om een lijn te trekken tussen ‘iemand die in zijn hoofd zit’ in onze huidige hypermaatschappij en een proces van ont-aarding dat wellicht al 2000 jaar geleden is ingezet met de opkomst van het Romeins Christendom en diens devaluering van het Aardse.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>